Sam Bogaerts' subsidie-tragedie 2001~2005
verteld door hemzelf ...
In augustus 2004 publiceerde De Morgen een toekomstplan voor het Vlaamse theater, een pleidooi om nog meer macht aan de beheerders of eigenaars van toneelzalen te geven. Dat beroerde mij zeer, ik schreef een giftige reactie, een verslag van mijn ervaringen met de eigenaars van de vzw theater Malpertuis te Tielt. In volle vertrouwen zorgde ik met de spelers van de Bloedgroep voor naar verhouding gigantische eigen inkomsten, meer dan de helft van de subsidies. Via afschrijvingen, plots terug te betalen 'leningen' en ander gefoefel verdwenen àlle eigen inkomsten in een grote zwarte zak. De eigenaars van de vzw waren nochtans keurige burgers: een dokter, een handelsrechter, een aannemer van bouwwerken, een boekhoudster, een leraar met zijn broer. Ze gaven mij als dank een kater van een paar jaar, in plaats van een artistieke vrijplaats. Als reactie op mijn reactie riep de vzw zowaar haar Raad Van Bestuur in spoedzitting bijeen. Oei! Had ik iets verkeerds gezegd? Blijkbaar wel: de RVB pakte uit met een straffe leugen over de essentie van de hele zaak: ze ontkenden dat ze me hadden ontslagen. Deze ontslagbrief is toch duidelijk? Een paar weken later verdween het dossier stilletjes van de website van De Morgen. Jan De Smet kwam mij er nog over interviewen, maar hij vond dat het dossier zijn pet te boven ging. Chef cultuur Karl Van den Broeck zou met mij contact opnemen en het verder afhandelen. Ik heb nooit nog iets van hem gehoord, een paar maanden later verdween hij naar West-Vlaanderen. Ik hoop dat het toeval is.
Kunstenaars en artiesten, of beter: dagloners, armoezaaiers en dopspecialisten, wilt ge weten waar uw werkgelegenheid naartoe is? Wilt ge weten waar uw artistieke budgetten aan worden besteed? Lees & gruwel!
Het Toekomstplan van De Morgen voor het Vlaamse theater: Sam Bogaerts' commentaar & tragedie
Het siert de cultuurredacteurs van De Morgen dat ze stevig nadenken over de toekomst van het Vlaamse theater. 'Er zijn teveel voorstellingen voor te weinig publiek' schrijft u. Daar ben ik het niet mee eens. Er worden teveel kleinschalige voorstellingen gemaakt. Teveel monologen, teveel voorstellingen met weinig spelers. Hoe minder volk op 't podium, hoe meer winst? Want er wordt inderdaad schandelijk veel 'creatief' geld afgeleid naar stenen en papier.
Het idee om samenwerkingsverbanden te stimuleren tussen theaters en podiumkunstenaars is in theorie een goed plan. Maar in de praktijk? Een column van Wilfried Eetezonne over het festival in Edinborough spreekt boekdelen: de artiesten mogen hun ding doen, maar ze moeten daar zwaar voor betalen, vooral aan de eigenaars van zalen ...
"Searle is net afgestudeerd. Hij is de producent van de show en heeft al meerdere shows geproduceerd op de Fringe. We kouten wat over de show en musical in het algemeen, zoals musicalfans onder elkaar doen, en dan kom je ook bij het onderwerp budget. Hoeveel zijn show kost, wil ik weten. 'Tienduizend pond', zegt hij. De studenten, inclusief het vierkoppige orkest, worden niet betaald en het geld ging deels naar het knullige bordkartonnen decor maar vooral naar het theatertje waar ze spelen. Hij legt de rekening voor. Het kost je 5.000 pond om de zaal te huren voor zestien voorstellingen. Van de 9,50 pond krijgt het festival er vier. Van die ticketprijs gaat ook 12,5 procent naar auteursrechten. 580 pond heeft Searle betaald voor een advertentie in het lijvige programmaboek van de Fringe en nog eens 300 voor een aankondiging van 40 woorden. 500 gingen naar T-shirts. Hij zucht er zelf bij. Of de school hem niet subsidieert, vraag ik naïef. De school heeft er wel degelijk geld in gestoken: 500 pond... Zelf is hij een lening van 10.000 pond aangegaan bij het studentenfonds om de show te kunnen opzetten. 'Die moeten terugbetaald worden', klinkt het." (Wilfried Eetezonne, "single malt 2", De Morgen 24.8.2004)
Wie denkt dat het er bij ons anders aan toe gaat moet maar eens informeren bij het NTGent hoeveel pacht ze jaarlijks moeten betalen aan de vzw Arca ... zo blijft een eigendom die werd verworven met inkomsten die werden gerealiseerd met subsidiegeld als kapitaal, nog minstens dertig jaar lang artistiek geld opslorpen. En geen mens die weet wat er met dat geld gebeurt, democratische of fiscale controle: nihil.
Begin juni las ik in De Morgen een artikel van Ward Daenen met de sprekende titel:
"Shakespeare moet subsidies krijgen, niet zijn boekhouder!"
. Hier ben ik het volkomen mee eens. Ik roep elke podiumkunstenaar op om zich eens in deze materie te verdiepen. Lees hier alles over mijn bloedeigen subsidie-tragedie, opgevoerd in 2001 bij Malpertuis in Tielt. Tot nog toe heb ik daar weinig over losgelaten, vooral omdat mij daar vreemd genoeg nooit iets over is gevraagd, nauwelijks door collega's, niet door de pers, niet door de beoordelingscommissie, niet door de administratie podiumkunsten. Hoe zou dat toch komen?Waar het allemaal op neerkomt: de eindverantwoordelijkheid!
Een citaat uit een interview in De Morgen van 13.3.2004 met afscheid nemend artistiek directeur Robert Denvers bij het Ballet van Vlaanderen:
"Onlangs heb ik me nog ontzettend kwaad gemaakt. Mijn assistent Danny Rosseel wil voor zijn choreografie van Carmina Burana samenwerken met de cellist Roel Dieltiens, die een tiende van zijn normale prijs vraagt. Mijn raad van beheer vond het niet nodig daarin te investeren omdat we het ook met een opnameband of met een conservatoriumstudent konden doen. Er was zelfs iemand die Roel Dieltiens en Danny Rosseel niet kende."
Begin jaren negentig kwam er een bepaling in het toenmalige theaterdecreet dat stelde dat een theatergezelschap een directeur moest benoemen, als verantwoordelijke tegenover de administratie cultuur. Ik weet nog dat Bert Verhoye zijn hond tot directeur benoemde. Deze bepaling kwam er om misbruiken te voorkomen, om ervoor te zorgen dat het subsidiegeld zou worden gebruikt om toneel mee te maken. Het heeft niet veel geholpen, vrees ik. In het volgende decreet (1997-2001) werden er twee directeuren verantwoordelijk: de zakelijke en de artistieke leider of directeur waren gezamenlijk verantwoordelijk voor het gevoerde beleid. In de praktijk had ik als artistiek leider bij Malpertuis geen zak te vertellen. Ik mocht zoveel toneel maken als ik wou, maar 't mocht niks kosten en 't moest veel opbrengen. Daar kwam het op neer. Het decreet dat nú geldt (2001-2005) bepaalt dat de artistiek leider eindverantwoordelijk is. Eindelijk! Zo hoort het ook! Maar in de praktijk verandert er niets, bestuurders en boekhouders blijven bepalen waar de centen naartoe gaan en hoeveel er overblijft voor de artiesten, beleidsplan of niet. En wie op zijn strepen staat, wordt ontslagen.
Hoe zit het met de eindverantwoordelijkheid in het komende kunstendecreet?
Hier is de vraag en het antwoord, zoals geplukt van de wvc site:
37. Wie is eindverantwoordelijk? Het antwoord: De eindverantwoordelijkheid binnen een organisatie berust bij de raad van bestuur, die het artistiek-inhoudelijk beleid toevertrouwt aan een artistiek-inhoudelijke leiding en het zakelijk beleid aan een zakelijke leiding. Beide functies kunnen worden uitgeoefend door dezelfde persoon. De verdere definiëring van de functies gebeurt door de organisaties zelf.
Er zal dus niets veranderen, het zal alleen maar erger worden: meer geld naar gebouwen en renovaties die op zo kort mogelijke tijd worden 'afgeschreven', dat wil zeggen: ten koste van het artistieke budget (reuzewinst gegarandeerd nà het gesubsidieerde bestaan). En wie het doet zoals bij Malpertuis, kan misschien wel twee keer langs de kas passeren. De komende vier jaar zal alles weer draaien rond 'eigen inkomsten'. 't Is het enige dat telt. En wat kan een ambitieus theatermaker doen om al die ellende te vermijden? Zélf een vzw oprichten en subsidie aanvragen. Met zijn vader, moeder, broer en zuster in de raad van bestuur. Dan bepaalt hij tenminste zelf wie of wat wordt afgeschreven. Commentaar graag via post@sambogaerts.be (Die zich trouwens afvraaagt waarom er nooit wordt geëvalueerd in welke mate beleidsplannen werden uitgevoerd ...)
