Een werkruimte voor de artistiek leider of een met theatersubsidies gefinancierde immobiliënbelegging?

Mijn tragedie begon in 1997, toen ik vond dat een bestaan als reizend toneelgezelschap teveel energie opslokte. Ik was door theater Malpertuis gevraagd om vanaf 1996 Dirk Tanghe op te volgen als artistiek leider, en om een beleidsplan te schrijven voor de subsidieperiode 1997-2001. (Tanghe was opgestapt omdat hem door de raad van bestuur een gruwelijk tekort werd verweten, toevallig hetzelfde bedrag dat ter tafel kwam bij mijn ontslag.)

In Tielt wilde ik een thuisbasis creëren, een vrijplaats voor podiumkunst, met een kleine gezelschapskern en veel jonge en straffe gasten. Een oude cinema, de Movy, die al tien jaar leegstond, was voor mij perfect. Ik zag het helemaal zitten: een theater zoals La Bouffe du Nord in Parijs, of de Roma in Borgerhout. De raad van bestuur was bevlogen: ze gingen voor mij een theater bouwen waar heel Vlaanderen naar zou komen kijken. Met vloerverwarming, een praktische loopbrug, een kantoor. De kosten? 3.250.000 bef per jaar, dat moest ik 'opbrengen'. Want er mocht geen subsidie aan worden besteed, het gebouw zelf en de verbouwing moesten worden betaald met eigen inkomsten. Ik was enthousiast, dat lukt wel, dacht ik. Een paar jaar zweten, en dan heb ik voor de rest van m'n carriëre een plek om relevant theater te maken. Ik dacht artistiek 'op lange termijn', en ik paste 'op korte termijn' mijn plannen aan (inderdaad: meer speelbeurten per week, en stukken programmeren met weinig mensen). Maar al gauw bleek dat het bestuur een heel ander theater voor ogen had dan de artistiek leider ...

Nu kan ik niet boekhouden, maar wel goed rekenen. In 1999 begon ik te vermoeden dat mij niet alleen een gebouw in de maag werd gesplitst waar ik niet om gevraagd had, maar ook dat ik financieel in de zak werd gezet. Het bleek, dat ik in feite de aankoop en de verbouwing van de cinema twee keer moest betalen, één keer de aankoop (kapitaalsaflossingen en rente, met de 'theaterwinst' van héél veel reisvoorstellingen) en één keer via spectaculaire boekhoudkundige waardeverminderingen ('afschrijvingen' die werden afgerekend met de subsidiënt). Er werd zelfs méér afgeschreven dan er kapitaal aan de bank werd terugbetaald!

naar boven

Op de website van wvc wordt over de aankoop van gebouwen een cruciale vraag gesteld bij de Veelgestelde vragen over het Kunstendecreet (in navolging van de infodag Kunstendecreet d.d. 7 juni 2004 - veelgestelde vragen - 53. Is het mogelijk om met de (erkende) rechtspersoon met subsidiegelden een pand aan te kopen? Het antwoord:bIndien u gesubsidieerd bent voor het geheel van de werking, kan u met eigen middelen of via een lening een pand aankopen, maar niet met de werkingsmiddelen. U mag de ter beschikking gestelde financieringsenveloppe wel aanwenden voor de afschrijving van het gebouw (conform de boekhoudkundige regels). Dat de rare afschrijvingstabellen van Malpertuis hieraan voldoen, betwijfel ik. Heeft de administratie podiumkunsten hier naar gekeken? Of wordt het systeem paraplu toegepast: als een revisor zegt dt het in orde is, zal het wel in orde zijn zeker!? Enfin, het komt erop neer dat de vzw Theater Malpertuis op het einde van deze subsidieperiode eigenaar zal zijn van een pand waarvan de ingrijpende verbouwing werd afgeschreven ten laste van de financieringsenveloppe als was het de inrichting van een bakkerswinkel. Het komt erop neer dat het kapitale gebouw eind volgend jaar voor vrijwel niets in de boeken zal staan, boekwaarde vrijwel nul, terwijl de verkoopwaarde door de afgevaardigde bestuurder zelf in 2001 op meer dan 100 miljoen bef werd geschat. Mag ik dat diefstal op termijn noemen?

naar boven

Dit soort praktijken maken een kwaliteitsvol artistiek beleid onmogelijk. Ze hebben een rechtstreekse invloed op de tewerkstelling van artiesten. Ik vind het een schande dat 'creatief' subsidiegeld hiervoor gebruikt kan worden. Nochtans, in de begrotingen die deel uitmaakten van mijn beleidsplan waren deze afschrijvingen niet opgenomen ... wordt dit dan niet gecontroleerd?

Mijn contract van bepaalde duur (1.1.1996 t/m 30.6.2001) liet mij weinig ruimte om daar iets tegen te doen. Ik was eindverantwoordelijk voor het artistieke beleid, maar niet voor het zakelijke. Voor de subsidieperiode 2001-2005 zou ik wél eindverantwoordelijk zijn, zoals voorzien in het nieuwe theaterdecreet van 1999. Ik wilde dan ook mijn eigen zakelijk leider en een andere boekhouder. De Malpertuis-boekhoudster en tegelijk bestuurslid van de vzw bood mij een riant salaris en een Mercedes Vito aan, als ik een minimaal artistiek budget zou aanvaarden. Daar ben ik niet op ingegaan, en dat is de échte reden voor mijn ontslag op 19 juli 2001 'om economische redenen'. De stok om deze hond te slaan: er was weer een gigantisch boekhoudkundig tekort uit de lucht gevallen. Het seizoen dat ik gepland had werd op de mesthoop gegooid. De geplande (40 x grote zaal) Shakespeare-productie "De Wraak Van Hamlet, Prins Van Denemarken" werd geschrapt en vervangen door "Het Terras". Merkwaardig genoeg werd ik niet ontslagen door de Raad van Bestuur, maar door de voorzitter zelf, ten persoonlijken titel, 'handelend in de hoedanigheid van persoon'.

naar boven

Deze tragedie is een flagrant voorbeeld van hoe eigenaars van een vzw beleidsplannen, theaterdecreten en artistieke leiders bij het grof huisvuil kunnen zetten. Hoe ze met subsidiegeld een immobiliënproject kunnen opzetten, met een vermoedelijk gigantische belastingvrije winst. Om toneel te maken blijft een miniem budget over, juist genoeg voor een paar monologen en een paardenkop. Misschien kan er af en toe ook nog een projectje met studenten af. Die kosten niks, zijn rap content en 't maakt een goeie indruk in het volgende beleidsplan. En met dat artistiek budgetje moeten dan veel inkomsten worden gehaald om met de winst van de theaterbedrijfsvoering de hypotheeklening aan de bank terug te betalen, plus de rente. Het gevolg: de zaal waar het om draait staat 300 dagen van het jaar leeg, want

de artiesten zijn op reis om uitkoopsommen te verdienen ... de kosten hiervan zijn ten laste van de subsidie, de baten verdwijnen in de mist van een creatieve boekhouding.

Er wordt veel gebouwd en verbouwd in de theatersector. Ik hoop dat het er niet overal zo aan toe gaat ... Er is nochtans een simpele oplossing: bepaal decretaal dat een vzw alleen maar podiumkunstsubsidie kan krijgen, als in haar statuten staat dat ze geen onroerend goed kan bezitten.

naar boven